Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld

Honderden kleine scholen moeten binnen 5 jaar dicht

Het voortbestaan van maar liefst 900 basisscholen is in gevaar. Dat meldt de Algemene Onderwijsbond (AOb). De bond baseert zich op onderzoek dat verricht werd in opdracht van het ministerie van OCW. Sluiting dreigt voor veel kleine scholen die onder druk staan door aanhoudende krimp. Schoolbesturen reageren vaak te laat en inadequaat. Fusies tussen kleine scholen blijken onder de huidige regelingen moeilijk te verwezenlijken. Het bijstellen van opheffingsnormen kan redding betekenen voor sommige scholen.

Leerlingaantal 900 kleine scholen zakt onder de huidige opheffingsnorm

Als het aantal leerlingen van een school meerdere jaren onder  de opheffingsnorm ligt, stopt de bekostiging. Dat betekent dat een school haar deuren moet sluiten. In de periode 2010-2014 zal dat voor 900 scholen het geval zijn. In regio’s met een krimpende bevolking is het aantal scholen onder de norm met 18 procent significant hoger dan in overige regio’s. Daar wordt 13 procent van de scholen met sluiting bedreigd.

Fuseren kan oplossing zijn maar is niet aantrekkelijk bij huidige regeling

Door te fuseren kunnen kleine scholen efficiënter worden en schaalvoordelen behalen. Schooldirecteuren geven in het onderzoek aan wel om onderwijskundige redenen te willen fuseren, maar daar financieel niet de ruimte voor te hebben. De periode waarin scholen aanspraak kunnen maken op bijzondere fusiebekostiging zou daarvoor te kort zijn. Minister Marja van Bijsterveldt van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft al aangegeven de mogelijkheid van langere compensatieregelingen te bekijken.

Herijking opheffingsnorm biedt uitkomst voor sommige kleine scholen

Elke 5 jaar stelt het Rijk  de opheffingsnorm bij. Krimp leidt doorgaans tot het naar beneden bijstellen van de norm. Dit kan sommige scholen redden. Uiteindelijk zullen waarschijnlijk minder dan 900 scholen hun deuren hoeven sluiten. De AOb wijst ook op het verzachtende effect van het “iets ruimhartiger beleid” van minister Van Bijsterveldt “om kleine scholen te sparen die hopen op betere tijden en meer leerlingen”.

Krimpgebieden concentreren zich vooral in periferie en in gesuburbaniseerde randgemeenten

Krimp wordt verwacht in periferie-gebieden zoals Oost-Groningen, Zuidoost-Limburg en Noord-Friesland, maar ook binnen regio’s. En dan met name in gesuburbaniseerde randgemeenten en vergrote dorpen waar in de jaren '70, '80 en '90 veel gezinnen heen trokken. De kinderen van toen zijn de school ontgroeid en vertrokken naar meer stedelijke gebieden. Hun ouders zijn vijftigers en zestigers die er de komende twintig jaar gewoon blijven wonen. In die randgemeenten komen daarom veel minder kinderen dan voorheen bij.


Bron:

AOb

 


10 nov 2011


Zoeken in de website: