Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld

Column: Samen door de pijngrens heen, op weg naar nieuw perspectief

Door: Henk Jan Bierling

De afgelopen week werd weer eens scherp duidelijk hoe ingrijpend de crisis op de markt voor woningbouw en kantoren- en bedrijfslocaties is. Een wethouder in Apeldoorn die moet opstappen na een kritisch rapport van de raad over verliezen op het grondbedrijf die, naar het schijnt, kunnen oplopen naar wel 200 miljoen euro. Een grote corporatie die voor een paar miljard het schip in dreigt te gaan vanwege tegenvallende resultaten in de handel van derivaten. En als klap op de vuurpijl slingert DNB het bericht het land in dat naast de kredietcrisis en de Europese schulden, de vastgoedcrisis de derde financiële crisis is op rij.

Al dat geld in de derivatenput stemt droevig

En ik moet toegeven, ondanks het prachtige schaatsweer loop ik het risico flink chagrijnig te worden, als ik me realiseer hoeveel middelen er nu in een diepe derivatenput zullen worden gestort door 5 andere corporaties. Hoe nobel hun streven ook mag zijn, het resultaat lijkt te zijn dat er miljarden naar de banken gaan, miljarden die niet kunnen worden geïnvesteerd in woningen en in het verbeteren van de leefbaarheid in wijken en buurten. En als je dan bedenkt hoe lang het Rijk en de corporaties hebben moeten steggelen over de Vogelaarheffing…

Gemeenten zijn zich bewust van de problemen

Is het dan allemaal somberheid troef? Nee, ik zie verschillende gunstige ontwikkelingen. Misschien nog geen doorbraken, maar wel kleine, noodzakelijk stappen vooruit. Afgelopen week was ik betrokken bij twee bijeenkomsten. Ten eerste een bijeenkomst van de G32 over regionale samenwerking op het gebied van woon- en werklocaties. En daarnaast bij een sessie van wethouders uit de 5 grote Brabantse steden en de Provincie Brabant over de noodzakelijke herprogrammering van de woningvoorraad. Op beide bijeenkomsten was voelbaar hoe ingrijpend de omstandigheden anno 2012 zijn, waarbij flink moet worden afgeboekt, verliezen moeten worden genomen en het grondbedrijf is veranderd van een melkkoe in een zorgenkind waar vanuit de algemene middelen van de gemeente geld naar toe moet. De verwachting is dat dit nog wel een tijd zal doorduren. Hoe pijnlijk het ook is om ideeën en plannen die de stad écht mooier maken, te moeten begraven.

Gelukkig willen ontwikkelaars en gemeenten samen door de pijngrens heen

Maar ook werd duidelijk dat inmiddels een nieuw realisme in de meeste steden is ingedaald. Dat men zich ervan bewust is dat niet alleen de crisis, maar ook te gemakkelijke, op aanbodsturing en prognoses gebaseerde keuzes de markt hebben geregeerd, waarbij kwaliteit en de menselijke maat nogal eens ver buiten beeld geraakten. Het besef dat er nu snel moet worden doorgepakt in het saneren van “de oude rommel uit het verleden”, om grotere verliezen te voorkomen en ruimte te maken voor het ontwikkelen van locaties waarvoor wél kopers voor te vinden zijn. Dat ontwikkelaars aangeven graag het gesprek met de gemeente aan te gaan om te kijken naar noodzakelijk afboekingen én nieuwe ontwikkelmogelijkheden. Om een helderder perspectief te krijgen. En ja, dat zijn soms zware gesprekken waarbij ook wel eens tranen vloeien. Maar het brengt de wereld van gemeenten en ontwikkelaars wel dichter bijeen, waarbij gekeken wordt ‘hoe we samen door de pijngrens heen kunnen komen’, zoals een wethouder het schetste. En het goede nieuws is dat het aantal juridische procedures (planschade!) op deze wijze beperkt lijkt te blijven.

Is de lente op komst?

Vandaag, 6 februari, tussen al het nieuws over de Tocht der Tochten, ijsdiktes en rayonhoofden, brengt mijn ochtendblad nog een positief signaal: De crisis op de vastgoedmarkt blijkt een uitstekende impuls voor de stadslandbouw. Misschien minder glossy dan een nieuw gebouw met een hemelbestormend ontwerp, maar voor de bewoners uit de buurt een mooie opsteker. Nog even en het wordt alweer lente!

Wilt u reageren op deze column? Mail dan naar henk-jan.bierling@nicis.nl

08 feb 2012


Zoeken in de website: